In één klap

Groot was mijn verbazing toen ik op een dag mijn ogen opende en een arts door mijn blikveld liep. Ik zag lampen en een systeemplafond.

‘Droom ik dit?’

Was het eerste wat ik zei. Mijn vriendin zat naast me.

‘Nee, je bent in het ziekenhuis’.

Dat was onbevattelijk. Juist daarvoor was ik nog opgestaan uit bed omdat ons 5-jarige zoontje wakker was, en wilde ik alvast gaan douchen omdat ik vroeg aan het werk moest. Ik kon mij niet herinneren waarom ik nu hier was.

‘Ik moet naar een school in Groningen!’

‘Ik heb al doorgegeven dat je niet kunt werken’

Dat leek me wat overdreven, en ongepast bovendien. Ik bepaal zelf wanneer ik wel of niet kan werken.

Van zelfverzekerd naar zelfmedelijden

Die autonome, zelfverzekerde houding bleek nogal misplaatst. In de vroege ochtend van die dag was ik blijkbaar van de trap gevallen door onbekende oorzaak. Ik had daarbij volledig nagelaten mijn val te breken. Had ik op dat moment met mijn armen mijn hoofd beschermd of gewoon een helm gedragen toen ik naar de douche liep, dan was de schade niet al te groot geweest. Dit had ik echter niet gedaan, en nu zag mijn schedel eruit als een gekookt ei dat van de trap was gegooid.

Ik één klap was ik een patiënt met een niet-aangeboren, traumatisch hersenletsel. Er werd plotseling voor mij bepaald wat ik allemaal wel en niet mocht doen. En wat ik niet mocht was vele malen meer dan wat ik wel mocht. Niet meer werken, niet meer sporten, zeker niet autorijden en ook niet fietsen. Zelfs lezen en tv kijken moest ik matigen.

Wat ik wel mocht was thee drinken, slapen en voor me uit kijken, waardoor me een haast lethargische levenshouding werd opgedrongen. Ik had meer dan voldoende tijd om mijzelf te verdrinken in een stuwmeer aan zelfmedelijden. Het noodlot had toegeslagen zonder dat ik het doorhad, en onder omstandigheden die waren ontdaan van iedere vorm van glamour en heroïek. Gewoon in mijn onderbroek van de trap gevallen in mijn eigen huis. Het voelde bijna oneerlijk. Niet in het harnas, en zonder herinnering. Een waardeloze gebeurtenis met grote gevolgen.

Ik zocht manieren om mijzelf af te leiden. Ik had nog een stapel boeken liggen waar ik nooit aan toe kwam, waarvan één over de stoïcijnse filosofie. Het was me aangeraden door een docent. Ik geef regelmatig trainingen met betrekking tot pedagogiek aan mensen in het onderwijs. De methodiek die ik daarin uitleg, had volgens haar te maken met de stoïcijnse filosofie. Ik had geen idee, maar kocht op haar aanraden een boek. Om er in de gejaagdheid van het dagelijks leven niets mee te doen.

Als een slaaf uit de oudheid

 Nu wel. Het boek vertelde over de gehandicapte slaaf ‘Epictetus’ uit het Romeinse Rijk, en de manier waarop hij ondanks deze beperkingen zijn leven richting wist te geven. Noem het pathetisch, maar ik kon mij moeiteloos identificeren met deze man. Ik leef in een vrij land, heb een fijn gezin en een fatsoenlijk huis met donzen dekbedden en centrale verwarming, maar mijn grenzeloze zelfbeklag zorgde ervoor dat ik mijn eigen situatie gelijkstelde aan die van een kreupele slaaf uit de oudheid.

Hij formuleerde een tweedeling in ‘controle’. Dat wat je overkomt, wat anderen tegen je zeggen, maar ook je eigendommen en zelfs je eigen lichaam heb je niet onder controle. Je daar zorgen over maken heeft dan ook geen enkele zin.

“We moeten zo goed mogelijk doen wat in onze macht ligt, en voor de rest met de omstandigheden omgaan zoals ze nu eenmaal zijn.” – Epictetus

Op dat moment sprak dat mij uiteraard aan. Dat ik geen controle had over mijn eigen lichaam was mij overduidelijk gemaakt, en stoppen met verlangen naar de situatie zoals deze ooit was zorgde direct voor meer gemoedsrust.

Ik kocht en leende meer boeken, en raakte in de ban van deze filosofie. Het was intrigerend om te ontdekken dat er zó lang geleden teksten werden opgetekend die nog altijd bruikbaar zijn om het leven meer glans te geven. Niet alleen het leven van slaven met een beperking overigens – zoals ik zelf! – maar voor een ieder. Echter: voor sommigen net iets meer dan voor de ander.

De stoïcijnse filosofie voor het onderwijs

Want met name meende ik de waarde van deze wijsheden te herkennen voor mensen werkzaam in het onderwijs. Omdat mijn artsen mij niet expliciet hadden verboden om te schrijven, begon ik met het bijhouden van citaten en teksten. De methodiek die ik gebruik bleek inderdaad naadloos te passen binnen deze filosofie. Stel dat je de pedagogiek en didactiek benadert vanuit een stoïcijnse visie, wat brengt dit je dan?

Het was niet mijn intentie er een coherent verhaal van te maken, ik vond het domweg interessant en had niet veel beters omhanden. De aantekeningen werden verhalen, de verhalen bundelde ik tot thema’s, en zodoende ontstond een boek en een website. Een eerbetoon aan iedereen werkzaam in het onderwijs. En, naar ik hoop, een inspiratiebron die leidt tot het toepassen van de stoïcijnse filosofie binnen je leven en werk.

Want boven alles is deze filosofie een levenswijze vol interesse, zelfreflectie en karakterontwikkeling. Het vormt het onderwijs om tot een vanzelfsprekende bron van werkplezier en innerlijke rust. En het legt haarfijn en onmiskenbaar bloot hoe dit direct resultaat heeft op de eigen omgeving. De ontdekkingstocht van pedagogisch professionals naar een beter zelf creëert daarmee gelukkiger leerlingen, een fijner onderwijsklimaat en een mooiere toekomst.