Over wilskracht zaaien, irritatie snoeien en plezier oogsten.
Wanneer je je afvraagt wat de link is tussen alle aan de natuur gelinkte illustraties en de stoïcijnen: dit is de uitleg, te beginnen bij neuropsycholoog Jelle Jolles.
Volgens hem heb je als docent en begeleider allerlei rollen. Bijvoorbeeld de rol van professional in de groenvoorziening:
“Ouders, leraren en coaches zijn hoveniers in het hersentuintje van de adolescent. Zij onderhouden het gewas, zorgen voor cognitieve en emotionele voeding en beschutting en begeleiden de groei. Daarmee scheppen zij voorwaarden voor persoonlijke ontplooiing.”
Hij doelt hiermee op de ontwikkeling van het brein. Tieners (adolescenten) zijn door de rijping van de hersenen en de intensieve persoonsvorming ‘werk in uitvoering’. Een soort tuintje in de lente. Waarbij tijdige snoei, bewatering en het verwijderen van woekerend onkruid benodigd zijn voor een fraai resultaat. Ofwel, de mate waarin een tiener wordt gesteund, gestuurd en geïnspireerd door de omgeving is mede bepalend voor gezonde ontwikkeling van die hersenen.
Het is een mooie parabel: de leerling als tuintje en de volwassene als plantenverzorger. Maar zoals een buschauffeur zich achter de oren zal krabben wanneer hij wordt gevraagd om koeien te melken, is de vraag voor een docent wat nodig is voor het verzorgen van die tuintjes.
Daar kun je boeken over volschrijven. Een hele berg aan pedagogische en didactische kennis en methodes – snoeischaren en gieters van een degelijk merk, om even in de sfeer te blijven – zijn zinvol om hier invulling aan te geven. Maar wanneer Jelle Jolles als erkend wetenschapper gelijk heeft in het belang van de rol van de begeleider in de gezonde ontwikkeling van het brein, dan is dat een grote verantwoordelijkheid. Kennis en materialen zijn dus belangrijk, maar…is dat voldoende?
Wie laat een hovenier toe in de eigen tuin, wanneer de tuin van die hovenier zelf niet het toonbeeld van excellentie is?
Rolmodellen, geen betweters
Waarmee ik niet wil beweren dat het brein van docenten te vergelijken is met groen uitgeslagen grindtegels tussen manshoge brandnetels. Of dat perfectie (in je tuin, of binnen je persoonlijkheid) een vereiste is voor zinvol contact met een tiener. Maar wanneer je een bijdrage wilt leveren aan karakterontwikkeling van leerlingen, dan is tevredenheid over de eigen persoonlijkheid een voorwaarde. Dit geeft niet alleen het zelfvertrouwen om bezig te zijn met de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen, maar zij zullen ook eerder bereid zijn om hun eigen tuin te onderhouden. Tieners kijken naar rolmodellen, niet naar betweters. Het enige wat nodig is, is vol trots je eigen tuinhek opengooien. Wanneer dit er fraai uit ziet zijn zij eerder bereid om jou als ‘hovenier’ toe te laten in eigen tuin, en daar samen aan de slag te gaan.
Als het gaat over persoonlijke ontplooiing van tieners moeten docenten dus aandacht besteden aan het eigen tuintje. En misschien is ‘tuintje’ voor volwassenen een wat marginale term. Wanneer we in het brein besloten zaken als weerbaarheid, talenten, karaktertrekken en persoonlijke ontwikkeling als tuintje gaan uitdrukken, kunnen we beter spreken over een stadspark, of een compleet bos. Dat bos onderhouden vergt veel inspanning. Het vraagt niet alleen om de juiste gereedschappen, maar ook de bereidheid om regelmatig inspecties uit te voeren. Niet alleen rond de gebaande paden, maar ook wat struikgewas plat te slaan en nieuwe paadjes te proberen. Zodat je woekerende soorten aan kunt pakken en nieuwe kunt ontdekken. Want de mooiste bomen en planten, de talenten van dat bos, vragen om zorg. Verwaarlozing leidt tot ongewenste wildgroei en verval. Daar krijg je een heel cynisch en vreugdeloos bos van. Met van die venijnige brandnetels.
Ontdekkingstocht door de eigen natuur
En dit onderhoud wordt steeds harder nodig! Er vindt door externe omstandigheden flinke kaalslag plaats. Er zijn stormen en tijden van droogte op onverwachte momenten. Constante afleiding in een jachtige wereld zorgt voor kap, erosie en minder voedingsstoffen. Die verminderde vruchtbaarheid zorgt voor minder biodiversiteit. Je gewassen worden vatbaarder voor ziektes en plagen. En door alle drukte hebben we steeds minder kans om de nodige moeite te doen. We snoeien niet bijtijds waardoor nieuwe bloemen en planten laag bij de grond niet voldoende licht krijgen. En we lopen de makkelijkste routes door ons bos: hierdoor raken gebaande paden uitgesleten en wordt het nog lastiger om er vanaf te raken.
En uiteraard gaat het niet over bomen, planten en soorten, maar over talenten, karaktereigenschappen en gewoonten. Ons brein en daarmee onze mentale balans wordt op de proef gesteld. Op de juiste manier aandacht besteden aan deze vorm van gezondheid is belangrijk voor een ieder in de huidige tijd. Maar zeker ook voor coaches en docenten in het onderwijs. Voor henzelf, en bijgevolg voor leerlingen.
Er zijn talloze manieren om zelfzorg vorm te geven, maar wat mij betreft is niets zo effectief en geschikt als de stoïcijnse filosofie. Juist voor mensen in het onderwijs. Dus laten we ons brein gaan herbebossen. We kweken de juiste zaden, zoeken de juiste voeding, pakken het juiste gereedschap, en gaan met de filosofie op ontdekkingstocht door de eigen natuur. We gaan wilskracht zaaien, irritatie snoeien en plezier oogsten. Als ware professional in de groenvoorziening.
Vooral voor jezelf. Maar misschien mag je, op basis van dat mooie bos, ook eens in andermans tuintje bezig.
