De tijdloze menselijke natuur

Het is verleidelijk om te denken dat de mensheid zich in de 21e eeuw op het hoogtepunt van haar kennis bevindt. We hebben de hele wereld ontdekt, onderzocht en begrijpelijk gemaakt. Daarmee hebben we kennis over kwantummechanica opgedaan, ruimtevaart ontwikkeld, en stoommaaltijden in handige plastic bakjes bedacht. We staan mijlenver verwijderd van slavernij, gemeenschappelijke toiletten en oorlogsvoering met houten paarden. Wat gaat een stoffige Romein op sandalen ons dan vertellen?

Maar je voelt het al – die gedachte is verkeerd.

Het stoïcisme gaat in de kern over de menselijke natuur, en deze is, in weerwil van wat we soms denken, onveranderd. Sterker nog: belangrijke elementen als manieren om met tegenspoed omgaan, jezelf leren kennen, het nastreven van geluk en omgaan met afleiding en negatieve emoties zijn actueler dan ooit. Het mag zo zijn dat we ons historisch gezien op het hoogtepunt van technologische ontwikkeling bevinden. Maar dit maakt het des te moeilijker om jezelf te herkennen als onderdeel van de natuur – zo starend naar je eten in de magnetron. De lessen die de oude stoïcijnen hebben nagelaten zijn vaak zo actueel dat ze bijna profetisch lijken. Het is wonderlijk te noemen hoe de oude stoa in een tijd ver voor de boekdrukkunst al effectieve manieren ontwikkelden om bijvoorbeeld om te gaan met (sociale) media.

Onveranderd

In de wetenschap bestaat dan ook consensus over het feit dat de stoïcijnen hun tijd ver vooruit waren: het heeft de tand des tijds glansrijk doorstaan. Niet alleen omdat de ideeën kloppen, maar ook omdat mensen nooit veranderd zijn. En mocht je dat laatste niet geloven: ik heb ook sinds mijn tienerjaren decennia lang geloofd dat iedereen uit het tijdperk vóór de kleurentelevisie achterlijk was. Slechts door stokoude teksten van de stoïcijnen te lezen ben ik daar van teruggekomen.

Het onderwijs heeft ten doel om leerlingen in staat te stellen de uitdagingen van de moderne maatschappij het hoofd te bieden. Een stoïcijnse mindset is hierin een enorme aanwinst. Dat was het ooit en is het vandaag de dag nog steeds. Of je nu een VR bril of papyrusrol in je handen hebt – dat is om het even. Een vernislaagje over een onveranderlijke werkelijkheid. Want de mens: die blijft gelijk.

Verankerd in de maatschappij

Daarnaast, of misschien daarom, is het stoïcisme nooit weggeweest. Het was één van de populairste filosofische scholen in Rome en Athene, en deze culturen liggen als fundament onder onze westerse beschaving. Lessen uit de filosofie werden in het Christendom overgenomen. Aan het einde van de Middeleeuwen en in de Renaissance werd de filosofie weer opnieuw gelezen en als inspiratie gebruikt door bijvoorbeeld Shakespeare, René Descartes, Desiderius Erasmus en Immanuel Kant.

En wellicht denk je nu:

‘Wat hebben godsdienst en filosofie ons gebracht behalve oorlog en gezemel over de zin van het leven?’

Sta me dan toe er een schepje bovenop te doen. Want vanaf begin 20e eeuw komt er ook interesse vanuit de hoek van de psychotherapie. Psychologen ontdekten hoe doeltreffend het stoïsche denken was voor het bereiken van persoonlijke groei. Want de eisen van de hedendaagse maatschappij, zoals keuzes maken en de omgang met anderen en je eigen emoties, vormden in de oudheid net zo goed een uitdaging. In hun oude teksten, zo ontdekten zij, presenteren de Romeinse stoïcijnen een reeks theoretische principes en gedragsstrategieën die niet alleen relevant zijn voor een ieder binnen onze samenleving, maar ook voor de zorg van patiënten met allerlei neuropsychiatrische aandoeningen. Filosoof en psycholoog Donald J. Robertson claimt dat er een onmiskenbare link is tussen de stoïsche filosofie en moderne psychotherapie. Hij vertelt in zijn werk dat het stoïcisme meer preventief is dan de moderne psychotherapie (die is meer genezend), maar dat de overeenkomsten zeer treffend zijn en zelfs te zien zijn in de grote stoïsche werken.

De twee geestelijk vaders van de moderne psychotherapie zijn inderdaad zeer beïnvloed door de Stoa bij het opzetten van hun therapievorm. Albert Ellis nam een uitspraak van Epictetus, een bekende stoïcijn, als grondgedachte van de RET (rationeel emotieve therapie): niet de dingen zelf maken de mensen van streek, maar hun denkbeelden erover. Ofwel, psychisch lijden is het gevolg van de gedachten die we hebben over (toekomstige) zaken.

“Mensen lijden nooit door de gebeurtenissen of door andere mensen, maar altijd door hun eigen opvattingen over die gebeurtenissen.” (Epictetus)

Vanaf het eerste begin tot en met de moderne wetenschap zijn stoïcijnse lessen dus van invloed geweest op onze beschaving en (daarmee) op het denken als geheel. Wanneer je interesse hebt in de oorsprong van methoden als ‘geweldloze communicatie’, ‘verbindend gezag’, ‘positieve psychologie’ of ‘de cirkel van invloed’ dan is deze filosofie je startpunt. De stoïcijnen uit de oudheid hadden een subtiel en ongelooflijk correct begrip van de menselijke psychologie.

Het huidige onderwijs

 Het lijkt dus niet meer dan logisch om in het onderwijs ook ons voordeel te doen met deze tijdloze wijsheden. Boven alles is deze filosofie een levenswijze vol interesse, zelfreflectie en karakterontwikkeling. Voor professionals vormt dit het onderwijs om tot een vanzelfsprekende bron van werkplezier en innerlijke rust. En het legt haarfijn en onmiskenbaar bloot hoe dit direct resultaat heeft op de eigen omgeving. De ontdekkingstocht van pedagogisch professionals naar een beter zelf creëert daarmee gelukkiger leerlingen, een fijner onderwijsklimaat en een mooiere toekomst.