De huidige maatschappij is aan verandering onderhevig, en dit brengt allerlei opgaven en uitdagingen met zich mee. Scholen staan midden in de samenleving, en daar speelt dan ook…van alles. Zaken als bestaanszekerheid, de invloed van AI op de kenniseconomie en arbeidsmarkt, polarisatie en sociale ongelijkheid spelen in de maatschappij en hebben dus ook invloed op het onderwijs.
Maar omgekeerd geldt ook: het onderwijs kan hier een belangrijke positieve bijdrage aan leveren. Want onderwijs kan het verschil maken tussen lol of lamlendig, straat of studie, je rol in de maatschappij en (dus) het kunnen bijdragen aan een fijne en toekomstbestendige samenleving.
Opleiden naar actief en gezellig
Dit laatste is wettelijk vastgelegd in de burgerschapsopdracht, die onder andere is gewijd aan het ontwikkelen van sociale en maatschappelijke competenties. Hiermee is de pedagogische en sociale rol van het onderwijs ten opzichte van de puur kwalificerende rol (kennis en vaardigheden) gegroeid. Vrijwel iedereen in het onderwijs herkent de noodzaak van dat stuk burgerschap in het curriculum. Maar het is niet makkelijk om het opleiden tot ‘actief en gezellig burger’ te integreren in de dagelijkse schoolpraktijk. Het vraagt om een plan, met doelen, binnen een veilige omgeving waar actief geoefend wordt. En er is al zoveel te doen!
En, wellicht goed nieuws: het begint niet met een plan op papier. Het klopt dat het onderwijs een bijdrage kan leveren aan een fijne en toekomstbestendige samenleving. Er is echter een voorliggende voorwaarde om met burgerschap aan de slag te kunnen gaan. En niet alleen voor burgerschap: deze voorwaarde vormt de sleutel tot verbetering voor veel uitdagingen.
Docenten en begeleiders
De stoïcijnse filosofie zal (en moet) het onderwijs als geheel niet radicaal veranderen. We hoeven het lesprogramma ook niet te voorzien van uurtjes filosofie. Want de waarheid is dat jongeren die benodigde veerkracht en zelfkennis niet opdoen uit een boek of tijdens een les. Ze leven niet naar hoe het hen geleerd wordt, maar naar hoe het wordt voorgedaan. Wellicht ongewild en soms onbewust zijn we in het onderwijs een rolmodel. We spelen door die voorbeeldfunctie een kleine tot essentiële rol in het welzijn van toekomstige generaties. Preventief bezig zijn met mentale gezondheid en het morele kompas van leerlingen begint niet met het overbrengen van kennis, maar door docenten en begeleiders die met plezier, vertrouwen en compassie hun werk doen.
Boven alles zou heel Nederland erop gericht moeten zijn om iedereen in het onderwijs hier zo goed mogelijk in te faciliteren. Aandacht voor het welzijn van onderwijsprofessionals is een voorwaarde voor het liefdevol functioneren van onze toekomstige maatschappij. We schieten daarin tekort, en het lijkt er niet op dat de samenleving, de staat of het onderwijssysteem hier snel verandering in kan brengen. Die verandering is echter wel belangrijk. Want werken met jongeren geeft enerzijds enorm veel energie, maar werken in het onderwijs kost ook veel energie. Die balans slaat te vaak uit naar de verkeerde kant. Binnen het onderwijs draagt men een grote verantwoordelijkheid, maar maken de omstandigheden waarin wordt gewerkt ook kwetsbaar. Dit zorgt voor grote druk: het aantal opgebrande docenten wordt alsmaar hoger. Het tekort aan personeel zal dat in de komende jaren niet minder maken.
De stoïcijnse filosofie
De stoïcijnse filosofie toepasbaar maken voor het onderwijs lost beide zaken op: het zorgt voor meer werkplezier én rust jongeren beter toe op leven in een veranderende maatschappij.
Kennis van de stoïcijnse filosofie vormt de uitdagingen die het onderwijs op dagelijkse basis biedt om tot kansen. Kansen op meer werkplezier, zelfkennis en een evenwichtiger leven. Door middel van de stoïsche methodiek worden begeleiders als geen ander geschoold in het beheersen van waarnemingen en indrukken, waardoor zij zich makkelijker kunnen verbinden met leerlingen. Hierdoor verbetert het pedagogisch klimaat en zijn leerlingen eerder bereid om aan zichzelf te werken.
Dit geeft ruimte om daadwerkelijk impact te maken. Zonder dat het woord ‘filosofie’ of ‘stoïcijn’ moet vallen binnen de Nederlandse klaslokalen: domweg door het voor te leven. De stoïcijnse filosofie vormt het onderwijs om tot ‘sportschool’ voor het verder ontwikkelen van sterke karakters. Het maakt duidelijk op welke wijze docenten en leerlingen een wisselwerking kunnen creëren met positieve gevolgen voor de mentale balans, het inlevingsvermogen en de persoonsvorming. Op een manier die geen energie kost, maar het juist oplevert. Daardoor vermindert de druk die in het onderwijs wordt ervaren, zonder dat er een complete onderwijsvernieuwing moet worden ingevoerd.
Wat mij betreft is kennis van de stoïcijnse filosofie niet alleen een aanvulling op de rol van begeleider en docent, maar voorwaardelijk voor het toe kunnen rusten van onze leerlingen op een gelukkig leven in een veeleisende tijd. Die leerling wordt alleen ‘gezien’ wanneer we eerst aandacht besteden aan de ogen die dit moeten doen.